Lesotho
april 17, 2008
Een kort en waarschijnlijk ook het laatste verslag op deze blog. Het is in ieder geval een heel leerrijke en onvergetelijke ervaring geweest. 25 april pik ik de draad weer op in mijn geboorteland. Daar staat mij nog een eindwerk te wachten alvorens af te studeren aan de KHM.
Ons voorlaatste weekend werd er eentje naar Lesotho, het minilandje dat omringd wordt door het grote Zuid-Afrika. Het telt maar 2,1 miljoen inwoners, waarvan dertig percent besmet met het HIV virus. Als afsluiter kon dit zeker tellen, Lesotho bezit een prachtig landschap, zonder twijfel een van de mooiste die ik ooit gezien heb. Daartegenover moet het wel inboeten aan economische welvaart. Bij het zoeken naar een parkeerplaats zal je eerder moeten opboksen tegen de talrijke ezels die het verkeer maken in dit land, dan tegen auto’s. Je vraagt je wel vaak af wat voor toekomst er voor de jeugd inzit als je meer dan eens gewoon jongens langs de kant ziet zitten, niets anders doen dan naar hun grazende koeien te staren.
Ondertussen hadden we al drie uur in Lesotho gereden, bergop en bergaf (inclusief de ‘highest motorable road in the southern Africa: 3255m) tot we plots in het oog kregen dat onze tank zo goed als leeg was. Tankstations genoeg, alleen staat gewone naft hier niet op het menu, enkel benzine. Met een flikkerend lampje op onze boardcomputer en licht angstzweet op ons voorhoofd rijden we naar het volgende dorpje, maar ook hier konden ze ons niet helpen. Gelukkig konden we nog terugkeren naar de ‘grote’ stad Mokhotlong om daar te overnachten. We legden onze situatie uit aan de behulpzame receptioniste, zij ging meteen op zoek naar een vrijwilliger die voor ons een nachttrip wou maken naar de grens, waar er wel ‘unleaded fuel’ te vinden zou zijn. Mits een stevige beloning van 750R (ik geloof voor hen een klein maandloon) kon een man toch overtuigd worden om de trip aan te gaan. Om 3u ’s nachts was hij terug met 25 liter en wij konden de volgende ochtend weer verder, alleszins, we konden terug, want verder het land inrijden zou misschien iets te risicovol worden.
Maar met digitale en mentale foto’s die de ongereptheid van sommige delen van de wereld zo prachtig weergeven, blijft Lesotho mij zonder twijfel voor eeuwig bij.
Ondertussen zijn de lessen hier voor ons afgelopen en de stageopdrachten zijn volgens onze promotors zeer degelijk afgelegd. We kunnen dus volgende week met een gerust hart terugkeren. Er valt hier nog zoveel te zien, daar heb ik mij al bij moeten neerleggen, maar ik ben heel gelukkig dat ik vorig jaar de beslissing gemaakt heb om naar hier te komen.
Bedankt allemaal om hier te komen lezen en te reageren en ik zie jullie volgende week in Leuven!
Easter
april 9, 2008
Week 1
Het stond op voorhand al vast dat deze paasvakantie te kort ging zijn om een land te bezoeken dat veertig keer groter is dan België. Toch gingen we de uitdaging aan en met een goede voorbereiding en genoeg Zuid-Afrikaanse Rand in de portefeuille vertrokken we vrijdag 21 maart voor een achttiendaagse vakantie. Die voorbereidingen houden vooral in welke route er zal afgelegd worden, de slaapplaatsen vastleggen (deze twee weken zijn echt hoogseizoen) en de huurauto regelen. Ruw geschetst zal onze vakantie in twee delen verdeeld worden. In het eerste deel gaan we samen met onze Duitse vrienden (die zowat elke week in mijn verhalen voorkomen) op zoek naar het echt ‘buitelewe’. Hieronder valt elk dier dat iedereen ooit in de Lion King gezien heeft en alle mooie landschappen dat ‘Suid Afrika’ te bieden heeft. Het tweede deel zal met Kaapstad en de Garden Route iets meer stedelijk getint zijn.
Met zen achten vertrokken we voor een eerste dag lekker rijden naar Sabie. De backpackers (hier kan je gewoon een bed huren voor een nacht tussen de 70R en 100R) was in onze gids beschreven als een heel relaxte bedoeling met af en toe slapeloze nachten. Billy Bongo, de gastheer en tevens de naam van de BP, ontving ons met open armen en zoals de Coast to Coast (de gids met alle backpackers) het had omschreven bijna letterlijk met een paar verse pinten. Deze pinten waarnaar ik verwijs zijn ook geen vingerhoedjes, maar houden 750ml in. Het leuke aan backpackers is dat iedereen zijn eigen verhaal heeft, wat zij te zoeken hebben in Zuid-Afrika of waar in de wereld zij al geweest zijn. Dit kan soms tot leuke verhalen leiden en je de zin geven om direct heel de wereld te ontdekken. De Bongo in Billy Bongo staat voor de grote hoek met Djembe’s die regelmatig boven gehaald worden. Ik waagde mij samen met Stien op een paar deuntjes, maar we besloten wijselijk gewoon te luisteren naar de pro van het huis.
Na een redelijk goede nachtrust hadden we voor die dag meteen een druk schema. Pinacle was de eerste stop. Heel wat namen die ik gebruik zullen meer zeggen op foto, ik zal er meestal naar verwijzen als ‘mooi’, ‘ongelooflijk’ of ‘prachtig’ en dan moeten jullie maar gaan kijken naar de foto J. Maar dus Pinacle was buiten een mooi uitzicht met een paar ongelooflijke rotsen, een prachtige waterval waar we bovenop stonden. Mensen met hoogtevrees zullen toch grenzen moeten verleggen om dit landschap aan te doen. De toon was meteen gezet en de volgende stop was genaamd God’s Window, iets wat in mijn ogen ook niet kon tegenvallen. Deze plek was duidelijk meer toeristisch, dit kon je zien aan het marktje dat aan de ingang was opgesteld. Deze marktjes zouden de rode draad zijn in onze vakantie. Ik was blijkbaar heel speciaal in hun ogen want ik kreeg overal een ‘special price’ en ik was overal hun ‘first customor’. Jammer genoeg kon ik maar een paar mensen gelukkig stellen met enkele aankopen, waarvoor er eerst nog zwaar moest onderhandeld worden natuurlijk. Argumenten van mijnentwege als ‘ik ben maar een arme student’ waren achteraf gezien wat misplaatst, maar ze hielpen mij toch wat van de prijs te doen. God’s Window zelf was, en dit komt ervan als je zo verwend wordt door zo’n mooie dingen, niet meer dan een mooi uitzicht dus hielden we het hier wel vrij rap voor bekeken. Indrukwekkender waren de Potholes in Blyde River Canyon. Ik weet niet precies hoe de natuur hier zijn werk gedaan heeft, maar in alle geval waren deze natuurlijk waterputten neig om te zien van op de brug die erover gebouwd was. Blyde River Canyon is een van de grootste canyons in de wereld. Het hoogtepunt, letterlijk en figuurlijk, was het uitzicht op de ‘Drie Rondavels’. Dit zijn drie grote rotsen in een panorama waarvan mij mond openviel. Het dal was gekleurd met een prachtig blauw meer wat een heel mooi totaalbeeld gaf. Tot zover onze eerste voormiddag (!) vakantie. In de namiddag bezochten we nog de ‘Echo Caves’. Een beetje zoals de Grotten van Han, maar kleiner (voor zover ik mij nog iets herinner van die schooluitstap in het vierde leerjaar). Echo staat voor de manier waarop de Bushmen, de mensen die daar ooit woonden, communiceerden met elkaar. Als je op zo’n stalactiet (want ze hingen omlaag) sloeg met je hand maakte dat een geluid doorheen heel de grot. Onze ondergrondse tocht werd aangenaam gemaakt door onze kleurrijke gids, die op het einde van rit het leuk vond ons te laten zien dat ze sprinkhanen at als tussendoortje. Ik hield het bij een Leo’ke. ’s Avonds was het weer Billy Bongo Beer-time.
Zondag was het een ware watervallendag. Lone Creek Waterfall, Horseshoe Falls, Mac-Mac Waterfall en de Lisbon Falls waren allemaal de moeite waard. Het blijft telkens weer indrukwekkend als een grote hoeveelheid water van een hoge berg valt. Na de nodige foto’s reden we door de canyon naar het meer dat we de vorige dag van bovenuit gezien hadden. Ook dit kikkerperspectief was het nemen van 50 foto’s waard. De dam die aan het einde van het meer liet ook liters water naar beneden vallen, maar natuurlijk was het niet natuurlijk (kies maar hoe je het leest). Een laatste stop van de dag zou zijn aan de brouwerij van Amarula, deze typische Zuid-Afrikaanse likeur smaakt bijna exact naar Bailey’s, alleen wordt het van vruchten gemaakt en niet van whisky en cacao. Jammer hadden zij ook, net zoals Hem, besloten om zondag te kiezen als hun rustdag.
De avond begon al te vallen en we moesten nog ons dagelijks potje koken. Aan de vooravond van het binnengaan van het grote Kruger National Park was een stevige maaltijd wel op zijn plaats. Kruger staat bekend om zijn wildlife waar het grote doel is de ‘Big Five’ te zien. Deze groep dieren bestaat uit de olifant, de leeuw, de buffel, de neushoorn en het luipaard en staan tevens ook op de briefjes geld hier en op zowat tachtig percent van de souvenirs.
Kruger begon voor ons maandag heel vroeg. We hadden gehoord dat er maar vijfhonderd mensen per dag, buiten die dat al in het park verbleven, binnen mochten. Het park opende zijn deuren om 5.30u. dus dat wilde zeggen dat mijn bed maar beslapen kon blijven tot 4.45u. Het park is 350km lang en 60km breed en dit moesten we zien te doen in 4 dagen. Binnen het park zijn er zo’n 20 kampen waar je kan verblijven ’s nachts. De poort gaat dicht om 18.00u. en als je niet op tijd binnen bent krijg je een stevige boete. De eerste nacht verbleven we in ‘Olifants’ dus ging onze trip logischerwijs naar daar. Na de nodige administratie was het uiteindelijk om 6.30u. tijd om te beginnen aan onze zoektocht naar wilde dieren. Je hoopt natuurlijk meteen de grote ‘vissen’ aan de haak te slaan, maar meestal blijven de eerste uren bij Impala’s (een soort bok waarvan er 155.000 zijn over heel kruger) en een paar speciale vogels. Hier trek je dan een stevig aantal foto’s van, maar je weet dat je ze toch zal wissen omdat je er teveel van hebt.
We waren een uur in het park tot ik een duizendpoot zag op de weg. Nog nooit had ik zo’n grote duizendpoot gezien en dacht ‘deze laat ik niet aan mijn lens voorbij gaan, ik stap uit en neem de perfecte foto’. De rest van ons volgde mijn voorbeeld. Nog geen minuut later werden we opgeschrikt door de politie die voor ons stopte. Wij dachten dat het voor het speciale dier was, dat beschermd moest worden of iets, maar niets was minder waar. We werden bevolen terug in onze auto te gaan zitten en ieder van ons ging op de bon en kreeg een dikke vette boete van 500R omdat we waren uitgestapt. Geen enkele uitleg kon hen van gedachten doen veranderen. Normaal word je voor zoiets uit het park gegooid, maar omdat we in het park verbleven werd het ‘beperkt’ tot die geldboete. We konden er gelukkig wel om lachen (misschien een beetje groen). Het zou ons verblijf niet vergallen. Wordt ook nog vervolgd…
Kruger heeft heel wat verschillende vegetaties, en dat merk je naarmate je naar het zuiden rijdt. Ondertussen ging de tijd voorbij en bleven we een beetje op onze honger zitten. Gelukkige vermaakte de grote groep apen ons zodat we wakker bleven. Niet veel later werd ons wachten beloond. Een immense buffel kruiste ons pad en aan onze linkerkant stonden zijn vrienden rustig te grazen. Ik begreep meteen waarom hij opgenomen was in ‘the big five’. Dit zijn echt reusachtige beesten met redelijk imposante horens. Hiervan zouden we er de komende dagen nog genoeg zien. Wat leuk is aan zo’n safaritocht is als je andere auto’s stil ziet staan in de verte, je al weet dat iets leuks gaat komen. De vraag blijft enkel nog welk dier er gespot is. Zo zien we onze eerste hippo’s (nijlpaarden), olifanten, zebra’s, gnoes en giraffen redelijk ver waardor foto’s nemen een hele uitdaging is en vaak ook een teleurstelling als je het resultaat bekijkt. Het leukste moment van de dag was toen een olifant die rustig een wandeling maakte vlak voor onze auto besloot de straat over te steken. Zo immens groot en log dat zo’n dier is, ongelooflijk. Ons moeder zou al lang gezegd hebben ‘heft uw voeten is op jongen’, maar ik zou toch twijfelen omdat het mij ook wel een redelijk gevaarlijk dier lijkt. Ondertussen zijn er al twee van de vijf ‘grote’ gepasseerd, maar de drie anderen, waar ik het meest naar uitkeek, moesten nog komen.
Na een prachtige zonsopgang verlieten we Olifants Camp en reden we richting Satara. We waren nog geen 50m uit ons kamp en we hadden het al aan de stok met een groep olifanten. Als er kleintjes mee gemoeid zijn, moet je oppassen. We kwamen, naar hun zin, iets te dicht bij hun welp en de moeder (neem ik aan) draaide zich om, brieste en schudde met heel haar lichaam als teken van ‘nog dichter en ik wandel over uw klein auto’tje’. We reden langzaam achteruit en lieten hun oversteken. Nog nooit had ik zoveel schrik gehad van een dier, maar het gaf terwijl ook wel een kick om oog in oog te staan met een olifant. Ze liet als teken van dank nog zo’n 50kg stront en 2l pis achter, dat aroma’s verspreidden die ons nog wat extra wakker schudde.
Buiten de dagelijkse hordes zebra’s, giraffen, kudu’s (ook een soort bok) en buffels was het tijd voor nummer drie van de vijf. The king of the jungle, of tenminste hun vrouwen en kinderen lagen lekker te soezen onder een boom dichtbij Satara. Heerlijk om Simba en de vrouw van Mufasa van zo dichtbij te zien. Dat we nu al in Satara waren lag aan onze Duitse vriend die zo slim was geweest om twee slaapplaatsen op dezelfde dag te boeken. Gelukkig kregen we ons geld terug en konden we slapen in Skukuza, een kamp zo’n 50km verder. Onze Kruger-trip werd dus met een dag ingekort, met als gevolg dat de laatste dag de beslissende moest zijn. Zowel neushoorns als luipaarden moesten nog aangevinkt worden op mijn lijstje.
De laatste dag begon met een bezoek aan het gerecht. We waren tot de conclusie gekomen dat onze boete van de eerste dag toch niet zomaar betaald kon worden. Alles valt hier te regelen en dus gingen we maar een klapke doen met de procureur, een vriendelijke vrouw die ons verhaal duidelijk al meermaals gehoord had in het verleden. We waren zonder twijfel in fout, en er zijn al genoeg mensen opgegeten door leeuwen (zeggen ze toch) maar waarom het niet nog eens wagen op ‘maar wij zijn arme studenten’. En ja hoor, het pakte weer. Enkel de chauffeur kreeg een boete van 500R en de rest werd geannuleerd. Iedereen was content en we konden weer verder. De film van de leeuwenkoning werd terug opgezet. Dit keer lagen drie hyena’s langs de weg en iets verder zagen we Pumba, zonder twijfel een van de lelijkste dieren ter wereld. In de late namiddag kregen we als kers op de taart nog neushoorns te zien zodat we met vier van de vijf afscheid konden nemen van het Krugerpark. Een hele belevenis zo’n safari.
De vakantie gaat vooruit, en voor we het weten rijden we door Swaziland richting de oostkust van Zuid-Afrika. Deze kant staat bekend voor zijn mooie stranden en het zou zonde zijn om niet een dag lekker lang het zand tussen de tenen te voelen en de golven over je heen te laten komen. We verbleven in St-Lucia, in een heel groot appartement, met bijna evengrote kakkerlakken. Na toch weer wat op jacht te gaan naar dieren, in Hluwehluwe, een ander bekend park worden namelijk veel luipaarden gespot, zijn we wat gaan doen aan onze bleke huidskleur. De laatste van de big five liet zich ook hier niet opmerken maar da eerste couchke was wel een feit.
We rijden verder naar het zuiden, richting Durban. Waar we op dinsdag 1 april opstijgen naar Kaapstad, de place to be in ZA volgens heel wat inwoners hier. Hier nemen we ook afscheid van onze vrienden, zij bezoeken Cape Town later op het jaar met de familie. Enkel Stien en ik blijven over.
Week 2
De aankomst in Kaapstad was zoals onze allereerste dag Bloem. Iets te warm gekleed voor de 34 graden die de stad ons te bieden had. Geen wolkje aan de lucht en dit was dus de kans om de Tafelberg te beklimmen. Beklimmen is mijn eufemisme voor ‘de kabellift naar boven nemen’. Bovenop de berg kreeg je een prachtig uitzicht over de stad voorgeschoteld. Dit was zonder twijfel een van de hoogtepunten van de vakantie tot nu toe. Het is ook wel vreemd dat je twee maanden lang nog geen Belgen gezien hebt en eens je op de meest toeristische plaats van ZA komt, je plots aan de praat geraakt met een klein tiental mensen van ons kleine landje, maar gelijk hadden ze, dit was een mooie plek.
Iemand had ons een backpackers aangeraden midden in het centrum. Long Street is de meest levendige straat die er is, en dat hebben we de eerste nacht ook gemerkt. Overal is er live-muziek in de restaurants en clubs en iedereen feest hier tot in de vroege uurtjes. De tweede dag in Kaapstad hebben we meteen een dagtrip gepland voor de Peninsula-tour. Hiermee ga je naar Boulders Beach, een strand waar er Pinguins leven, heel vreemd bij deze temperaturen; Seal Island, zeehond is zo nog een dier dat ik kan aanstippen als ‘in het wild gezien’; Kaap de Goede Hoop en uiteindelijk Cape Point. De wandeling van de Kaap naar Cape Point duurde een klein uurtje en was ongelooflijk mooi. En na een heel zware dag en eigenlijk zoals bijna elke avond belandden we lekker in een restaurant. Stien en ik vormen een goed reisduo, alleen is er van koken die tweede week niet veel van gekomen, het is hier ook zo goedkoop en lekker.
Dag drie zou in teken staan van de Zuid-Afrikaanse wijn, al vielen onze plannen om ons te laten drijven op het lekkere druivensap al snel in het water doordat ze ons ’s ochtends vergeten op te pikken waren. Gelukkig konden we nog mee met de middagtour, die iets haastiger was (hier was het niet proeven maar wijn kappen) maar ook heel plezant.
De laatste dagen van onze reis zouden gebruikt worden om de Gardenroute te doen. Volgens vele een van de mooiste plekken van het land, maar deze korte paragraaf zal duidelijk maken dat dit overroepen is. Mooie stranden in toeristische dorpjes zijn niet de dingen waar ik zoek naar ben ik Zuid-Afrika. Het enige belangrijkste wapenfeit in de 700 km rijden (in 3 dagen weliswaar) was in Bloukrans. Daar ligt samen met de hoogste brug van Zuid-Afrika, de hoogste bungeejump van de wereld!. Een kans om van 216m hoog te springen kon ik niet laten liggen natuurlijk. Met de schrik in de benen vertrok ik naar wat ofwel de kick, ofwel het einde van mijn leven zou worden. 5, 4, 3, 2, 1 BUNGEE !! zelfs roepen ging niet meer, de adrenaline deden mijn ogen uitpuilen en het gevoel van ‘waar zijde mee bezig’ was meer dan overheersend. Ik overleefde het en zonder twijfel was het een heeeeerlijk gevoel!
Een redelijk lang verslag, maar nog niet de helft heb ik verteld. Over twee weken ben ik al terug in mijn thuisland, waar ik al mijn verhalen maar al te graag uit de doeken zal doen. Deze laatste twee weken zullen ook nog druk worden, met in het weekend alweer een uitstap, dit keer naar Lesotho, het kleine landje ingesloten door het grote ZA. Ik hoop dat bij jullie de zon af en toe zich aanmeld. Ik zie jullie gauw terug.
Foto’s op http://www.flickr.com/photos/tominza
Jazz + Jas
maart 17, 2008
Donderdagavond is er hier in het casino altijd een jazzoptreden. Vorige keer waren we te laat en misten we het concert maar deze donderdag zou dit niet waar zijn. Thariki bood ons een avond heerlijke jazzmuziek. De frontvrouw had gevoel voor soul waar Natalia, en misschien zelfs de Pointer Sisters, jaloers op zouden zijn, en de muzikanten, afkomstig van Thaba Nchu, een stadje niet zo ver van Bloemfontein, speelden alsof hun leven er vanaf hing. Heerlijk zo ondergedompeld worden in de zwarte jazzcultuur. Ik moest denken aan de beleuvenissen, waar deze groep zeker zijn plaats zou verdienen. Na het concert zette het casino een heel ander masker op. We werden naar een ander podium gebracht waar een dansshow plaatsvond. Foto’s waren niet toegelaten, en al gauw begrepen we waarom. Ik heb eerder al gesproken over de niet onaantrekkelijke Zuid-Afrikaanse schoonheden, maar deze keer stonden ze op het podium, in een naar-een-adamskostuum-neigende outfit. We genoten van een stukje Moulin Rouge in Bloemfontein, gemengd met heel wat brandy coke en gefluit naar de dames in de spotlights. Schitterend hoe de jongens met open mond stonden te kijken naar de danseressen, die als we echt eerlijk zijn niet overliepen van het talent, en ook synchroon dansen zat er die avond niet in, maar dat namen we erbij natuurlijk. We hebben goed gelachen en zeker ook genoten (van het jazzconcert dan).
Vrijdag beloofde een rustige dag te worden. We waren uitgenodigd in het Nationale Museum voor thee. Derek wilde ons absoluut officieel verwelkomen in zijn departement. Het werd een klein stuk taart met wat rooibos thee (ik geloof niet dat je dit in België kan krijgen, maar ik breng er in ieder geval mee). Natuurlijk wissel je ook hier weer de verschillende gewoontes uit die we bezitten. Zo leren wij weer wat Sesotho woordjes, en leren zij hoe het zit met onze verschillende talen in ons land. Ze vinden het ook absoluut geweldig dat wij Frans praten, omdat deze taal in Afrika meer en meer populair wordt.
Voor de rest was vrijdag een snipperdag. Enkel de maaltijd die de drie Duitsers in het andere appartement serveerden was nog een hoogtepunt. En hoe kon het ook anders, worst geserveerd met salzkartoffeln. Maar ik kloeg niet, een stevige maaltijd is altijd welkom, de laatste tijd komt koken niet echt meer aan bod. Ik probeer hier terug verandering in te brengen.
Na wat Texas Hold’em, waar ik (voor de mensen die het spel begrijpen) echt belachelijk in’t zak wordt gezet, gecallt wordt met het laagste paar terwijl ik top two pairs had en op de river hij zijn three of a kind krijgt (hierbij heb ik hem de term ‘riverfucker’ ook moeten uitleggen), zijn we maar naar Die Mystic Boer getrokken, onze stamkroeg hier, die net zoals elke vrijdagavond goed gevuld was met Afrikaners die teveel gedronken hadden. Wat wel gezegd moet worden is dat de mensen hier heel rap contact leggen. Elke avond leer je wel nieuwe mensen kennen, meestal blijft het wel bij die ene avond maar toch, altijd interessant.
Zaterdagavond waren we nog maar eens uitgenodigd. Dit keer bij Derek thuis. Zijn vrouw bereidde een curry schotel met kokos, banaan en chutneysaus. Niet de combinatie dat ik gewoon ben, maar het was wel heel lekker. Een iet of wat gênant moment was dat ik al een klein hapje gegeten had en hij plots het besluit nam om elkaars handen vast te nemen en God even te danken voor alles wat mooi en goed was in zijn leven. Er was geen weg terug, en zat dus tijdens het gebed voorzichtig te kauwen.
Bij het dessert hoorde volgens de familie Du Bruyn een heel diepzinnig gesprek. De hele wereldproblematiek werd precies naar boven gehaald, wat uiteindelijk wel zwaar op de maag kwam te liggen (of misschien was het wel het stuk taart). Al bij al was het wel een gezellige avond, ik geloof niet dat er twee meer vredelievende mensen bestaan als Derek en Lulu.
De laatste dag van de week gebruikten we om onze reis nog wat meer vorm te geven. Vervoer en slaapplaats moeten geregeld worden, we moeten dingen zoeken die we zeker en vast moeten zien. Hier kruipt redelijk veel tijd in, omdat hier zoveel te doen is ook. Maar zondag zou zondag niet zijn moest iedereen niet wat luier zijn dan gewoonlijk. Ook koken kwam er (weer) niet van. We besloten het er eens van te pakken en gingen op zoek naar een restaurant. Zondag is hier alles redelijk doods, maar gelukkig zagen we de neonlampjes van ‘Cubana’ branden. Het eetcafé ademde Cuba, met heerlijk eten en lekkere cocktails. Een leuke verrassing was toen een locale muzikant zijn gitaartalenten kwam laten horen. We werden getrakteerd op een uur Afrikaanse Milow, die af en toe wel eens rockte met Breakfast at Tiffany’s en Wonderwall. Jammer genoeg voor Chris, de muzikant, was er niet teveel volk in de grote bar, maar wij gaven hem dankbaar applaus en achteraf kwam hij ons hiervoor ook persoonlijk bedanken. Het was een heel leuke avond, zeker voor herhaling vatbaar.
Zoals jullie misschien uit de titel konden opmaken is het hier beginnen winteren. Regen en frissere temperaturen dwingen ons om onze jas en jeansbroeken uit de kast te halen. Ik hoop dat het volgende week anders gaat zijn, maar daar heb ik goede hoop op. Mijn volgende verslag zal ook pas over drie weken zijn, maar dan ongetwijfeld wel een extended version.
Om toch maar iets te zeggen over het werk dat ik hier verricht. Ze hebben nog steeds niemand gevonden voor mij om te interviewen, maar hoogstwaarschijnlijk zal dit woensdag toch gebeuren. Ik wens ook jullie thuis allemaal een prettige paasvakantie.
Kjotso (=respect)
Dumelang
maart 11, 2008
Van wat ik te horen krijg van het thuisfront kan ik verstaan dat jullie afzien van het slechte weer in België. Ik kan jullie een beetje troosten door te zeggen dat ook hier het stilaan herfst begint te worden. Het wordt sneller donker (rond 18-19u) maar overdag blijven de temperaturen toch schommelen rond de 30 graden. Maar genoeg getroost nu…
Vorige week is net zoals alle weken voorbij gevlogen en er is weer heel wat gebeurd. Ik begin bij het begin.
Deze week stonden de interviews in de townships op het programma, maar alvorens we aan de slag gingen, gingen we eerst de buurt wat verkennen, om ons een idee te geven hoe de mensen er wonen. Botchabela is een grote wijk in Batho Location, de grootste en oudste township in de Freestate. Zoals verwacht voel je je niet helemaal op je gemak. Niet dat ik me onveilig voelde, integendeel zelfs, maar als je je camera van een paar honderd euro’s bovenhaalt om foto’s te nemen van hun ineen geflanste huisjes, voel je je een indringer en vooral heel westers. Een oude vrouw die haar hele leven al woont in Batho, liet haar vroegere kleuterschool zien, haar oude woning en de kerk, voor de rest reden we gewoon wat rond.
Gisteren (maandag 10/3) hadden we onze eerste interviews. Ik mocht George Modise onder handen nemen, terwijl Stien een vrouw toegewezen kreeg. Ik beet de spits af, maar lang duurde het interview niet. George had een paar maanden geleden een ‘stroke’ gehad, en was niet echt in staat duidelijk te praten. Woensdag ga ik terug voor een vers onderhoud met ook iemand van Boikhuco, het bejaardentehuis van de township. Stien had meer geluk, zij had een goeie babbel met een gezellige vrouw.
Omdat we enkel tijdens de weekends vrij zijn, is het dan de ideale gelegenheid om Zuid-Afrika te ontdekken. We planden met heel de groep Europeanen een trip naar de grootste, en naar het schijnt ook de gevaarlijkste stad van heel Afrika, Johannesburg. Vrijdag vertrokken we om een uur of vijf, en zo’n vijf uur later, kwamen we aan bij onze slaapplaats. Voor een nacht betaal je meestal tussen de 50 en de 100 rand.
Zaterdagochtend reden we na een stevig ontbijt het centrum in. Veel verschil met andere grote steden is er niet echt, enkel dat het hier letterlijk en figuurlijk zwart van het volk zag. Onze eerste stop was de ‘Top of Africa’, het hoogste (al die superlatieven seg) gebouw van de stad. 50 verdiepingen telde het gebouw en bovenaan had je een mooi uitzicht op de hele stad. Het spectaculairste (hupla, nog een) in Jo’burg, was ongetwijfeld het casino. In Montecasino, hebben ze een heel Toscaans dorp nagemaakt, tot in de kleinste details. Ook hier probeer je je geluk, maar zoals de vorige trip naar het casino afgelopen is, eindigde ik ook hier met lege handen. Na wat gekuierd te hebben door het centrum, een paar marktjesbezoeken en na een baie lekkere struisvogelburger, zetten we onze weg verder richting Pretoria. Dit is net zoals Bloemfontein een studentenstad aangelengd met heel wat cultuur. Onze backpacker in Pretoria had een klein probleem wat betreft de elektriciteit maar het was een heel gezellig huis met allemaal jonge mensen. We hadden geluk dat net die avond er een grote openluchtfuif was van de universiteit en dus konden we ons lekker laten gaan tussen 99% zwarten. Het rare was toen we achteraf naar een andere plaats gingen (die grote fuif stopte al om 0.30u.) om nog wat verder te feesten, dat we plots enkel nog blanken zagen. Meteen een wereld van verschil. Van exotische r’n b met heupwiegende dames naar echt Afrikaanse boeremuziek (dit zijn de slagers van de blanken) en harde rock. Maar het was ongetwijfeld een plezante avond.
Het was toch net iets te vroeg dag zondag. Het zou Pretoria worden, bekeken door heel kleine oogjes. In de stad is er helemaal niets te beleven, maar de stad is wel gezegend met dingen als het voortrekkersmonument, het huis van Paul Kruger en the Union building (ik stel voor wikipedia eens te bezoeken voor meer uitleg). Deze drie mooie plekken vinden jullie bij de foto’s op Flickr.
Het minpunt van het weekend, was vrijdag. ’s Ochtends kwamen we tot de vaststelling dat er verdacht veel aarde in ons huis lag. Toen we buiten kwamen zagen we dat er in onze voortuin zich overal hoopjes aarde gevormd hadden tegen de muur. Als je dichterbij ging zag je duidelijk dat het nesten van insecten waren, en zonder er iets vanaf te weten, wist je zeker dat we te maken hadden met termieten. Iedereen weet dat ze onder de vloer kruipen en in de plafonds en dat ze al het hout opeten. In halve paniektoestand (vlak voor ons vertrek voor het weekend) gingen we dat melden bij de CUT. Maar een ding is hier duidelijk heilig, vrijdag. Vrijdag is dé uitboldag voor de werkende mens hier en er moet al heel wat gebeuren om ze uit hun stoel te krijgen. Termieten waren blijkbaar geen serieus probleem voor hen, en dus moesten we wachten tot maandag. Het is nu dinsdag en de man van de Pest Control is juist vertrokken. Eindelijk iemand die duidelijk kon maken aan de mensen van de CUT dat het niet zomaar insecten zijn. We zullen wel zien wat er gaat gebeuren, ik vrees niet al teveel. En onze ‘nieuwe’ waarover ik het al eens had, heeft toch een beslissing genomen en is terug vertrokken naar Duitsland, ik geloof dat hij der nog spijt van gaat krijgen, maar ja…
Een ander heel stom iets, maar eigenlijk best wel grappig, is dat ik meegedaan had aan een wedstrijd van Coca-Cola. Als ge ne cola bestelde kon ge uwe naam en adres geven en dan kon ge twee tickets winnen voor ‘My Coke Fest’, een heel groot festival in Cape Town. Win ik da toch wel nie zeker. Jammer genoeg zit ik dan in het Krugerpark en dus heb ik iemand anders heel gelukkig gemaakt met de prijs.
Bedankt voor de reacties over mijn baardje iedereen, ik kan misschien een poll starten op de blog met de vraag of ik hem moet laten staan of niet. Voorlopig heb ik terug een naakte kin.
Tsamaya Hantle
http://www.flickr.com/photos/tominza
Het dak van de wereld
maart 4, 2008
Een redelijk drukke werkweek (in de Afrikaanse betekenis van het woord) achter de rug. We zijn volop voorbereidingen aan het treffen voor de interviews met de mensen uit de townships. Vooral interviewtechnieken en de do´s en don´ts van de afrikaanse cultuur waren hier de nuttigste dingen die we leerden. De merkwaardigste regel onder de zwarten is de ´mens first´-regel, die misschien niet zou misstaan in onze westerse cultuur, hehe… Volgende week beginnen we aan de interviews.
Bloemfontein heeft ook een redelijk groot casino, met elke donderdag een jazzconcert, een goed restaurant (van horen zeggen) en veel slotsen. We gingen ons geluk even testen, ik heb in het verleden namelijk al eens heel veel geluk gehad in Knokke, wie weet lukt het ook in het buitenland. Maar zoals verwacht gingen we met lege handen naar huis. Wat hier wel anders is dan in België, is dat je hier wel alcohol mag drinken in een casino, en dat wordt dan natuurlijk tegen heel goedkope prijzen aangeboden. Op het einde van de avond waren er toch enkelen die te diep in het glas hadden gekeken had ik de indruk.
Vrijdag nam Jan (Kleynhans, mijn promotor) ons mee naar het oorlogsmuseum hier in Bloemfontein. Hier wordt de hele geschiedenis van de Anglo-Boerenoorlog mooi uitgelegd en in het midden van de mooie tuinen rond het museum staat een gigantisch herdenkingsmonument voor alle vrouwen en kinderen die omgekomen zijn in de concentratiekampen. Elke tuin smeekt om een pic nic, dus konden we ook hier niet anders dan genieten van het heerlijke weer en Afrikaanse gebakjes,
Met al onze Duitse vrienden gingen we er dit weekend weer op uit. Ondertussen zijn we al met acht. We hadden een trip naar Clarens gepland die heel het weekend in beslag zou nemen. Vrijdagnamiddag vertrokken we met twee auto´s voor een drie uur durende rit. De rit had waarschijnlijk minder lang geduurd moest onze chauffeur niet besloten hebben om de auto voor ons even een een lichte tik te geven, maw zijn we gebotst en we moesten naar de politie. Gelukkig was het niet zo erg en hadden we een goeie verzekering gepakt die alles dekte. Voor de rest van het weekend wel schrik gehad in de auto. Ik heb echt nog nooit zone slechte chauffeur gekend. Maar dus Clarens… mooi en klein stadje, we verbleven in een backpacker (100 rand pppn) aan de rand van een berg. Het landschap is hier helemaal anders als in de freestate. Ze noemen het hier ook wel ´Little Switserland´, omwille van de naam en de vele bergen. De bedoeling van dit weekend was om een van de hoogste watervallen ter wereld te gaan zoeken in het Royal Natal National Park. Om die te vinden stond er eerst een wandeltoch van drie uur op het programma. Stoer als ik ben, besloot ik mijn sletse aan te houden ookal was dit af te raden. Het was een prachtige tocht door de bergen maar de foto´s zeggen lang niet zoveel als het levensechte uitzicht. Het laatste deel van de tocht was echt avontuur. We moesten via een rivier en via de bergen omhoog klauteren om uiteindelijk een (kleine) glimps van de waterval op te vangen. We hadden wel een prachtig zicht op ´the amphitheatre´, een rotswand in een boogvorm, echt indrukwekkend. De terugrit was stil, iedereen was doodop van de lange wandeltocht.
Zondag wouden we weer twee natuurparken aandoen, maar dat was al op een uur of twee gedaan. Na een korte rondleiding in het Basotho cultural village museum, waar de Basotho-cultuur heel levendig wordt voorgesteld reden we door naar ons alternatief van de dag. Aan de andere kant van Royal Natal kon je het amphitheatre van dichterbij ook bezichtigen. Daarvoor moest er weer geklommen worden (en ook hier bleven de sleffers aan), maar man, het was de moeite waard. Een uitzicht jamais-vu. We stonden aan de afgrond van de berg dat uitzicht gaf over de vallei en het amphitheatre. We zaten op ongeveer 2800m en de zon brandde echt, maar eens aan de andere kant van de berg waaide het dan weer tegen een behoorlijke snelheid. Door die wind was het toch wel opletten geblazen, een stap te veel en je lag toch zo´n 1000m lager. Na de nodige foto´s keerden we terug naar Bloemfontein. Een geslaagd weekend als dit doet je hunkeren naar de paasvakantie waar we twee weken lang Zuid-Afrika gaan ontdekken.
Vandaag (dinsdag) was voor ons een redelijk belangrijke dag. We moesten een presentatie geven over België in ons klaske van interculturele studies. Iedereen was heel geïnteresseerd en we scoorden met onze Belgische chocolade, onze pannenkoeken en ons stoofvlees. Hoogstwaarschijnlijk gaan we dit nog eens mogen overdoen voor het personeel van het Nationale Museum.
Ondertussen gaat het leven hier heel snel vooruit. Onze huisgenoot denkt hier anders over, hij vindt het hier niet leuk en vertrekt volgende week waarschijnlijk terug naar het land van worst en sauerkraut. Ik raad iedereen aan om naar de foto´s te gaan kijken en om te beginnen sparen dat jullie ook eens naar hier kunnen komen.
http://www.flickr.com/photos/tominza
Hakuna Matata
februari 24, 2008
Een heel andere situatie hier ´thuis´. Jin Hua (oftewel Cecilia) is vrijdag terug naar China vertrokken, en Andreas, nog maar is nen Duitser, heeft haar plaats ingenomen. Veel kan ik nog niet zeggen over ´de nieuwe´ omdat hij enkel nog maar in zijn kamer gezeten heeft en het hier denkik niet echt leuk vindt. Studeren interesseert hem niet echt. Hij kwam naar hier om het land te bezoeken, maar hij heeft geen korte broek mee en ook geen rijbewijs, good luck to him.Er zijn ook twee nieuwe Belgische meisjes aangekomen, maar ook die twee heb ik nog niet veel gezien. Zij hebben nu vakantie en maken van de gelegenheid gebruik om Cape Town te gaan bezoeken, iets wat bij ons in de paasvakantie op het programma staat. We hebben Bloemfontein weer wat beter leren kennen door nog meer musea te bezoeken. Ook voor mijn stage is dit vrij belangrijk. Ik moet te weten komen wat de stad allemaal te bieden heeft. Met die reden heeft mijn promotor mij ook in contact gebracht met het hoofd van de opleiding ´toerisme´ aan de CUT. Deze week wordt waarschijnlijk een drukke week wat betreft werken voor mijn stage, maar ik mocht tot nu toe nog niet echt klagen, dus let´s go for it. Ondertussen ga ik met Marc, onze gebuur, twee keer in de week squashen om de conditie een beetje op peil te houden. Ik heb gehoord (en ook een beetje gezien
) van mensen die hier eerder verbleven, dat ze na drie maanden toch wel wat kilokes bijgekomen waren omwille van het vlees, de alcohol en de luie levensstijl, hier laat ik mij niet aan vangen… Ons weekend zat weer goed gevuld. Vrijdagavond was het weer rugby (de laatste wedstrijd die ik kan bijwonen jammer genoeg). De Cheetahs verloren de wedstrijd in de allerlaatste seconde, maar ik ben fan: zowel van de sfeer, de sport als van de locale ploeg hier. Zaterdag was het weer tijd om the wildlife van het warmste continent te gaan ontdekken. Soetdoring Park lijkt een beetje op Willem Pretorius, alleen is het kleiner en zouden er hier leeuwen, cheetahs en zebras leven, en het lag maar 20km van Bloemfontein. We vertrokken na een heel korte nacht (omwille van een kleine omweg via Mystics van het stadion naar huis na de rugby) om 7uur ´s ochtends richting het park. Het begon goed als ik meteen een groep apen spotte op zo´n 15 meter. Nog geen kwartier later hadden we al zebra’s beet. Wat een schone beesten, en om ze in groep te zien, echt knap. Maar het hoogtepunt moest nog komen, the king of the jungle (hier wel in iets drogere omgeving). Deze katachtigen zaten afgezonderd van de andere beesten, maar het concept bleef hetzelfde…rij met je auto door het park, betreden doe je op eigen risico. Na vijf minuten rijden en zoeken onder bomen en plaatsen met schaduw (het was echt belachelijk warm) stopte plots de auto. Net naast de weg lagen drie leeuwinnen en een leeuw rustig te soezen. Op nog geen meter van onze auto, ff schrikken toch. Gelukkig waren zij dit al gewend en konden we rustig foto´s maken. Het volgende doel was de cheetahs, het symbool van de Vrystaat. Een groep van vijf lag in een ander gedeelte van het park en ook die beesten hebben we gevonden, al lagen zij iets verder en was het moeilijker om foto´s te pakken. Nog steeds moe, maar heel voldaan keerden we terug naar huis. ´s Avonds hadden we natuurlijk geen zin meer om te koken en besloten we dus om op restaurant te gaan. We wisten dankzij Derek, de man van het nationale museum, een goed restaurant te vinden. De Porsches en BMW´s voor de deur verraadde de prijsklasse van het restaurant…dachten we. Superlekker eten voor, naar onze normen, redelijk weinig geld. Voor een voorgerecht, hoofdgerecht en wijn was het nog geen 20 euro. Niet iets voor elke week natuurlijk, maar mij gaan ze daar terugzien. Ondertussen moet onze was en onze plas ook gedaan worden en hebben zondag dan maar eens gekuist. Donderdag hadden we te kampen met een klein maden-probleemke in de keuken, maar dat is ondertussen al opgelost. Ook het eten maken en kleren wassen lukt al aardig. Ik pluk nu de vruchten van de korte kooklessen voor mijn vertrek.
al het beeldmateriaal uiteraard op http://www.flickr.com/photos/tominza
Wie braai, ek of jy?
februari 18, 2008
De dagen vliegen echt. We zijn nu al twee weken ver en heb al het gevoel dat we bijna moeten terugkeren naar België. Gelukkig is dat maar een gedacht.Dit weekend stond in het teken van het sociale (nacht)leven in de stad waar ik verblijf. Vrijdag waren onze buren uitgenodigd op een braai bij mensen die ze hadden leren kennen het eerste weekend dat ze hier verbleven. Hun huis lag buiten het centrum, in de iets rijkere buurt van Bloemfontein. Gepakt met vlees en bier (zo werken de barbecues hier nu eenmaal) kwamen we binnen in een studentenhuis dat eerder iets weg had van een crib van een of andere hollwoodster. Een zwembad is hier niet abnormaal, maar een zwembad in een studentenhuis is toch redelijk decadent vond ik. Hier woonden elf studenten samen, maar zeker het dubbel aantal mensen was aanwezig voor een gezellig feestje. Uiteraard is iedereen net zo nieuwsgierig als ons als het over andere culturen leren kennen gaat. De eerste dingen dat ze je vragen is wat je van Zuid-Afrika vindt. Dit beantwoord ik meestal met ne vrij algemene ´mooi land´ of ´warmer dan België´ waarna het rap overgaat naar ´and how is it overseas´ zo dat er toch altijd wel een gesprek ontstaat. Een paar mensen die daar waren, dachten er zelfs aan om in Leuven te gaan studeren binnen een paar jaar, wat we ze natuurlijk hebben aangeraden. Stilaan begon iedereen in te pakken om naar de volgende plek van vertier te vertrekken. ´Die Mystic boer´, een keet die je ook bij ons zou kunnen vinden. Feestmuziek, drank,… het enige verschil is dat er bij ons nog meer zwart volk rondloopt dan hier. De zwarte bevolking heeft hier zijn eigen uitgaansleven, maar ik denk niet dat we dat ooit gaan zien. Een onderhoudend feestje werd het, zonder veel meer… De volgende dag hadden we afgesproken met Cecilia om naar de ´boeremarkt´ te gaan. Haar Chinese vriendin reed met ons naar een plek iets buiten Bloem. Veel was er niet te zien. Enorm veel rommel voor heel weinig geld. Uiteraard ook de typische Zuid-Afrikaanse spullen maar niets gekocht. ´s middags waren we uitgenodigd op de pic nic van Bianca. Zij vertrekt volgende week naar Amerika om daar the American Dream te gaan nastreven. Haar plannen zijn groots. Maar ik vermoed dat ze rap terug in haar geboorteland zal staan. De pic nic viel jammer genoeg in het water door een hevig onweer dat losbarste boven de stad. Gelukkig was het van korte duur en konden we droog naar de rugbymatch ’s avonds waar we tickets voor hadden gekocht. De Bloemfontein Cheetahs speelden tegen de Leeus in het mooie, maar nog niet helemaal afgewerkte Vodacompark. Ik had meer toeschouwers verwacht, maar de 10.000 (blanke) die er waren, beleefden de match heel intens. Iedereen heeft een truitje van zijn favoriete ploeg aan en als er gescoord wordt gaan alle vlaggen de lucht in. Na 30 seconden stond de thuisploeg al op 5-0 dankzij een mooi uitgespeelde kans. De sfeer zat er goed in. Rugby betekent hier billtong (gedroogd vlees als snack) en bier, veel bier… De wedstrijd ging gelijk op, maar op het einde trokken de Lions jammer genoeg toch aan het langste eind (22-
23). De Cheetahs zijn de regerend kampioen in Zuid-Afrika. Nu was de match niet voor het nationaal kampioenschap, maar voor de Super 14. Dit zijn de veertien beste ploegen uit Zuid-Afrika en Nieuw-Zeeland. Zeker de moeite om te volgen. Het afscheidsfeestje van Bianca ging ’s avonds verder in Barba’s. Een ander danscafé waar de jeugd zich volledig geeft in het weekend. Hier verkopen ze ook Stella, dus wordt dit hoogstwaarschijnlijk mijn nieuwe thuis in het weekend. De vrouwen hier zijn zonder meer de grootste tuttemiekes die ik ooit gezien heb, met hakken van minstens tien centimeter en een laag make-up van ongeveer dezelfde dikte. De gasten vinden dit geweldig, ikzelf ben nog niet zeker… De volgende dag waren we andermaal uitgenodigd op een braai. Deze keer bij een collega van Stien. Zondagmiddag is het de gewoonte om de familie ook uit te nodigen en lekker te eten. Hier zaten we dan tussen tien nieuwe Zuid-Afrikaanse mensen die ons bestookten met vragen over Europa en België. Vooral de jongste dochter was geïnteresseerd in onze gewoontes. Alleen had ze niet zo goed opgelet tijdens de lessen aardrijkskunde. Ze wist het verschil tussen België en Berlijn niet helemaal en dacht dat Europa een land was….Gelukkig gaat ze ons informatie bezorgen over wat we zeker moeten doen in Zuid-Afrika, want dat land kent ze dan weer wel. We kregen meelpap voorgeschoteld met een speciaal sauske. Een traditioneel gerecht wat zeker te pruimen viel. Het was de beste maaltijd die ik in dagen gegeten had.Om u een idee te geven over de braai in Zuid-Afrika: YouTube: Braai Etiquette (met dank aan Wim) Zoals reeds gezegd. Dit weekend ging volledig naar amusement, niet naar werken of school. Deze week zal dat wel moeten gebeuren. Foto’s op: http://www.flickr.com/photos/tominza/
Different people, different needs…
februari 13, 2008
Een andere cultuur leren kennen is altijd interessant. En zoals elke cultuur heeft ook de Zuid-Afrikaanse zijn speciale kantjes. De instelling ‘doe niet vandaag wat morgen ook nog kan’ zit er hier echt ingebakken. Nog steeds geen idee wat mijn stage zal inhouden aan de CUT, maar ik was gewaarschuwd dat dat kon gebeuren dus ik maak mij nog geen zorgen. Met het project van het nationale museum (Batho-Projekt) zijn ze wel bezig. Vandaag een interessante rondleiding gekregen in het museum. Het gaat zowel over de Afrikaanse geschiedenis van het land, de stad Bloemfontein als de evolutie van de mens en aarde. Onze promotor daar is ook heel nieuwsgierig naar onze Belgische gebruiken en wilt dolgraag zijn cultuur met ons delen. Het vermelden waard is dat we vandaag (na één week) een eerste keer de hand geschud hebben met een zwarte inwoner van Bloem. Dit lijkt misschien niets, maar 90% van de bevolking hier is zwart en toch komen we alleen maar in contact met blanken. We hebben kennis gemaakt met onze klasgroep. We hebben maar twee lessen per week, en die van ‘intercultural studies’ hebben we drie uur. De studenten moesten een presentatie doen over een streek in Afrika waar ze iets mee gemeen hadden. En vandaag was dat Basotho, dit ligt ergens ten noorden van Lesotho (het kleine landje binnen Zuid-Afrika dichtbij de Free State). Ze hadden ook dingen mee die ze daar klaarmaakten, zoals kippenlever en andere ingewanden (heb ik ook niet geproefd, er zijn grenzen aan nieuwe culturen leren kennen). Een ander merkwaardig iets was dat bij een huwelijk de vader van de bruidegom de bruid moet ‘testen’ op haar maagdelijkheid. Als dat allemaal achter de rug was, kreeg de familie van bruid toch 26 koeien, en daar waren ze heel blij mee. Gelukkig waren dit oude gebruiken en zijn er nog maar enkele stammen die deze gebruiken toepassen. Ook wij moeten aan de beurt komen en mogen kort vertellen over België en onze westerse cultuur. Het was wel een toffe (voornl. zwarte) bende. 13 februari
Mijn geduld werd beloond, eindelijk kan ik beginnen met mijn stageopdracht voor de CUT. ‘Ontwikkel ’n openbare skakelplan waarin Bloemfontein as ’n vakansiebestemming oor die 2010 sokkerwêreldbeker bemark word in Belgieë’ maw is het aan mij om de mensen die in België van plan zijn om naar Zuid-Afrika te komen voor het WK voetbal in 2010, te laten zien dat Bloemfontein een perfecte stad is om het land en de Vrijstaat te leren kennen. Bloemfontein is zowat dé museumstad in Zuid-Afrika en speelt duidelijk de kaart van cultuur. In combinatie met een aantal voorrondewedstrijden in het prachtige Free State Stadium (50.000 toeschouwers) is dit inderdaad de moeite waard.
Vandaag hebben we ook een van de mooiste dingen in Bloem gezien. Het Oliewenhuis is een museum, omringt door prachtige tuinen. Binnenkort gaan we hier naar een paar concerten zien (van oa. Dana Winner die hier ongelooflijk populair is, goed voor ons dan hoeft ze onze tijd niet te verdoen
. Veel plezier met valentijn iedereen (of toch sommigen) en tot de volgende keer
Arrive Alive
februari 13, 2008
Ondertussen ben ik al wat wijzer wat betreft het deel van mijn stage in het nationale museum. Derek du Bruyn, alweer een overvriendelijke Zuid-Afrikaan, legde zijn project uit en liet ook al uitschijnen dat hij veel van ons verwacht. Zuid-Afrika, probeert zijn geschiedenis te verfijnen en geschiedkundigen willen te weten komen hoe sommige steden en dorpen ontstaan zijn. Ze gaan op zoek naar verhalen van oude inwoners die vertellen over hoe ze terecht gekomen zijn in hun huidige stad, hoe het er vroeger aan toe ging, wat de problemen zijn, hoe het leven er nu is enz. Wat wij nu moeten doen, is gaan praten met oude bewoners van de townships (de echt arme wijken hier) en het verhaal dat ze brengen gaat dan deel uitmaken van de ‘oral history’ van Zuid-Afrika. Al van dag één waarschuwen zo ons om niet naar townships te gaan omdat het echt gevaarlijke plaatsen zijn, zeker voor blanke mensen, maar Derek heeft ons onze veiligheid gewaarborgd, ook zal hij er altijd bij zijn. Een ander probleem dat alles misschien moeilijker zal maken, is de taal. De taal van de zwarten is hier in Bloemfontein Sotho en is echt een vreemde taal. De andere grote taal is Afrikaans, de taal dat de blanken spreken, maar ook een groot deel van de zwarten, maar zoals eerder gezegd, is deze moeilijk verstaanbaar als ze onder elkaar beginnen praten. Hopelijk kunnen ze Engels en zijn ze bereid mee te werken, dan moet dit wel een leuk project worden.Ondertussen hadden we afgesproken met de buren om er op uit te trekken in het weekend. Er zijn zoveel nationale parken hier in Zuid-Afrika, en in elke gids staat er geschreven welke dieren er waar zitten. Na wat zoeken zagen we dat er op 150km een park was waar er neushoorn, buffels, gnoes en springbokken leefden. Met een gehuurde wagen zijn we zaterdag om 5.45u. (!) vertrokken naar het Willem Pretorius National Park. Deze ‘wildtuin’ ligt rond een groot meer en je kan er met de auto rond rijden. Onze VW Polo was alles behalve de geschikte wagen voor deze halve safaritocht, maar hij heeft het toch overleefd. Zaterdag was het schitterend weer, alleen de jacht op wilde dieren bleef beperkt tot struisvogels, een reuzenschildpad, een paar rare vogels en in de verte wat springbokken.
Een klein beetje teleurgesteld dropen we af naar onze chalet (voor zes personen 350 ZAR) waar we dan maar besloten om naar Welkom te rijden, daar zou een flamingomeer liggen. Na alweer een uur en half rijden kwamen we in een verlaten dorpje terecht waarvan we echt niet konden geloven dat dit (volgens de gids) de snelst groeiende stad was van de Free State (de provincie waar we ons bevinden). Ook had niemand ooit al gehoord van een flamingomeer en toen we een man aanspraken die daar toevallig zat te vissen, begon hij ons uit te horen over Europa. Hij wou weten hoe wij dachten over zijn land. Hij vertelde dat dit land naar de kloten (lees: knoppen) was en dat hij hoopte dat het WK toch nog naar Duitsland of Australië zou moeten gaan omdat Zuid-Afrika er niet klaar voor was en het zou lijken dat ze goed bezig waren. Ook zouden de voetbalsupporters die naar het WK komen AIDS verspreiden over heel de wereld omwille van de grote prostitutiebusiness. De Zuid-Afrikaanse Nostradamus, zo vertelde hij, had ook voorspeld dat na de zwarte regering er een korte oorlog zou komen in zijn land en dat daarna alles terug in zijn plooi zou vallen. Ik weet niet of hij een zonneslag had, of dat hij het serieus meende, maar overtuigd van zijn mening was hij wel. Tot zover dit irrelevante intermezzo, maar ik wou het toch even delen met jullie.Nog niet al teveel kunnen proeven van het Afrikaanse wildleven dus, maar we gaven niet op. Na een korte nachtrust, stonden we om 6.45u alweer paraat om als eerste in het park te duiken. Het is namelijk zo dat die dieren zich rap verstoppen als er een auto passeert. Daarom hadden we als eerste in het park meer kans om dieren te spotten. Toch leek het weer op een sisser uit te draaien, tot op het moment dat we een aap zagen. Hij schrok niet direct en we konden toch even een paar kiekjes nemen. Nog een kwartiertje later zagen we langs de kant van de weg een giraf en toen we wat dichter gingen nog een, en nog een. Een groep van twintig giraffen stond daar in een veld. Deze kans konden we niet laten liggen en we stapten voorzichtig uit om ze van dichterbij te bekijken en fotograferen. Ze keken ons met verdwaasde blikken aan maar lieten ons begaan. Tot je natuurlijk te dicht kwam. Ze verschoten en begonnen weg te lopen, op een trouwens heel grappige manier. Als laatste wapenfeit in het natuurpark gingen we naar het ‘look out point’ waar je echt een prachtig zicht hebt over het park. We genoten van de stilte en het uitzicht. Maar plots zagen we niet zo ver naar beneden in een boom een aap zitten. We hielden hem in het oog, en hoe meer we keken, hoe meer we er zagen. Zij hadden ons ook in de gaten en ze kwamen dichter en dichter. Je zag ze in de bomen klimmen en elkaars luizen eten, echt zoals je je ze voorstelt. Grappige beesten wel die bavianen, maar ze zien er met hun kwaaie blik, wel gevaarlijk uit. En zo hebben we toch onze dieren gezien die we normaal in een ander land niet zouden tegenkomen. Het was een heerlijke belevenis.Op de terugweg zagen we verkeersborden met de leuze ‘arrive alive, don’t fool yourself with your speed skills’. Je mag hier 120 rijden op de autostrade, maar de verleiding is er rap om te versnellen, omdat je amper andere auto’s ziet, laat staan politie of flitspalen. In de bebouwde kom mag je 60km/u. ’s Avonds waren we redelijk moe, en hadden we bijgevolg geen zin om te koken. Lekker naar de McDonald’s dus. Ik kon mijn lach niet bedwingen toen ik de rekening kreeg, omdat wij echt drie keer zoveel betalen thuis. Voor een groot Big Mac menu en een klein menu was het nog geen 5 euro. Ze kennen hier wel geen mayonaise, maar voor de rest is het allemaal hetzelfde. Lang leve de universele smaak van Mickey D’s! Wat niet gezegd kan worden over de Coca Cola, die is hier veel zoeter en echt niet zo goed als thuis. Ook de Stella (jawel, ze verkopen het hier) smaakt hier zeker niet zoals op de Oude Markt, maar is nog altijd duizend keer beter als het Castle Beer dat ze hier drinken (prijs voor een blikje Castle Beer: 1 ZAR).
eerste dagen Bloem
februari 7, 2008
Afscheid nemen bestaat blijkbaar niet, maar toch zullen drie maanden bloemfontein mij scheiden van het gezellige Belgische leven.
De korte en amper bemande vlucht naar Londen verliep vlot. Aangekomen op Heathrow moesten we nog eerst een vastenvoettocht stappen alvorens we aan ons vliegtuig richting Johannesburg kwamen. Op deze vlucht zaten we helemaal achteraan, wat eigenlijk wel zijn voordelen had. Ze begonnen bij ons bij het uitdelen van den maaltijden en dus konden we kiezen tussen worst of kip. Ik koos voor het eerste, wat denk ik wel de juiste keuze was. Het werd een veertien uur durende vlucht met een hele database aan films, series, muziek, heel wat turbulentie (vooral tijdens het eten dan), een paar uurtjes slaap en veel passerende passagiers die naar het toilet moesten (dit was het nadeel aan achteraan zitten).
Zo groot het vliegtuig was naar Johannesburg, zo klein was dat naar Bloemfontein. Veel groter dan een bus was het niet en bijgevolg leek het iets minder veilig, maar we kwamen toch veilig en wel aan in Bloem. Jassen en pullen waren overbodig, het was potverdorie 30 graden toen we daar aankwamen, snikheet!
Bianca, één van de twee mensen van CUT (Central University of Technology), kwam ons stipt op tijd ophalen. Deze niet onaantrekkelijke Zuid-Afrikaanse bracht ons naar ons huisje. Ze was heel vriendelijk en had al boodschappen gedaan voor ons. Onze verblijfplaats ligt juist over de universiteit, gewoon de (wel heel drukke) straat oversteken en ik ben op mijn stageplaats. De huizen zien er uit als gevangenissen. Voor elk raam staan er tralies en alles gaat op slot. Om in ons huis te geraken heb je zeven sleutels nodig, als ze hier toch nog binnen geraken, respect. Het is wel een vrij ruim huisje, met ieder zijn eigen kamer en een gezellige living en keuken. Het is nog niet gedecoreerd maar Stien en ik gaan hier iets aan doen. We wonen samen met Cecilia een Chinees meisje, die vertrekt eind februari.
Hoewel we kapot waren van de reis wouden we toch nog rap de stad wat gaan verkennen. We kwamen uit bij een gigantisch shoppingcenter. ‘Waterfront’ is gigantisch en goedkoop. Om jullie een idee te geven, een t-shirt van Billabong kost 80 ZAR (€ 8), een paar schoenen misschien 200 ZAR, een sim-kaart 5 ZAR (you do the math). En dan heb ik het nog niet gehad over het eten. Voor een groot big Mac Menu betaal je 23 rand en ook in ‘Stadiumburger’ kost het niets om goed en veel te eten. In de gewone winkel is er niet zo’n groot verschil.
’s Avonds maakten we kennis met onze buren. Twee Duitsers die ook studeren aan de CUT. Zij blijven hier wel langer en zitten hier ook al twee weken. ’t zijn vriendelijke mannen en zijn ook van plan Zuid-Afrika nog verder te gaan ontdekken. Dan kwam ons chinoeske binnen en zij was heel blij dat ze eindelijk companie had. ’t Is echt een lieve, maar zoals wel verwacht met hele rare gewoontes. Zo is hare Chinese thee niet te drinken en eet ze nooit rauwe groenten, laat staan gewoon e vleseke me patatten.
De volgende dag werden we om acht uur al verwacht op het kantoor van Dawn, die andere dame die zich ontfermt over de internationale studenten. Ze neemt ons mee op een korte citytrip doorheen Bloem. Ze vertelt over de stad en over hoe gevaarlijk het wel is op sommige plaatsen. Zo duidt ze de bekendste ‘rape-places’ aan en de townships waar het echt niet de bedoeling is dat we komen. Gelukkig laat ze ook de mooie kanten zien zoals Naval Hill dat een mooi uitzicht heeft over heel de stad. Op Naval Hill komen we ook voor het eerst echt in contact met Afrika. Een giraf (of kameelpaard) staat rustig langs de kant van de weg van een boom te eten. Verder zien we nog gnoes, struisvogels en antilopen gewoon in’t wild. Nog een belangrijke plek in Bloemfontein is het Stadion, daar waar er wedstrijden in de voorronde van het World Cup 2010 gespeeld zullen worden. Ze zijn het stadion nu aan het uitbreiden zo dat er zo’n 50.000 toeschouwers binnen kunnen. Begin maart begint het rugbyseizoen hier en zullen de ‘Cheetahs’ van Bloemfontein hier hun thuiswedstrijden spelen. Iets om naar uit te kijken.
’s Middags hadden we een afspraak met Dr. Nic, het departementshoofd van kommunikatiewetenskap in de CUT. Hij stond erop alleen maar Afrikaans te praten en wij moesten dan Nederlands praten, en het verliep wel ok, maar eens dat ze onder elkaar Afrikaans beginnen praten, geraak je de draad kwijt, en dit is wederzijds. We werden echt behandeld als eregasten. Nic is vanaf nu onze ‘papa’ en wilt niet dat we iets tekort komen.
De mensen zijn hier echt supervriendelijk, iedereen is geïnteresseerd in wat we hier komen doen en hoe het in Europa is. Ze raden ons plekjes aan waar we zeker naartoe moeten en vertellen over de moeilijkheden die Zuid-Afrika heeft. Criminaliteit (door de werkloosheid), racisme en aids zijn uiteraard de drie grote thema’s die spelen in het hoofd van de Zuid-Afrikaan.
We zijn nog even naar een internetcafe geweest waar we alweer een aardige man leerde kennen. Toen een enorm onweer uitbrak stelde hij voor ons naar huis te brengen. Deze kans konden we niet laten liggen, maar tevergeefs, we waren zeiknat toen we thuiskwamen. ’s Avonds hebben we spaghetti gemaakt en samen met Marc en Jan (de Duisters) gegeten.
Maandag beginnen we beiden aan onze stage. Ik weet nog niet precies wat ik ga moeten doen. Zeker is wel dat we twee vakken hebben: interculturele studies en reclametaal. Naast deze vier uren les per week, moeten we nog iets in het nationaal museum doen en ieder afzonderlijk zijn stage (waarover ik meer zal vertellen als ik zelf meer weet).
Baie Groete
P.S.: dank aan Sim, Jerre en Marie die mij komen uitwuiven zijn in Zaventem en iedereen die gereageerd heeft op deze blog.![]()


