Een andere cultuur leren kennen is altijd interessant. En zoals elke cultuur heeft ook de Zuid-Afrikaanse zijn speciale kantjes. De instelling ‘doe niet vandaag wat morgen ook nog kan’ zit er hier echt ingebakken. Nog steeds geen idee wat mijn stage zal inhouden aan de CUT, maar ik was gewaarschuwd dat dat kon gebeuren dus ik maak mij nog geen zorgen. Met het project van het nationale museum (Batho-Projekt) zijn ze wel bezig. Vandaag een interessante rondleiding gekregen in het museum. Het gaat zowel over de Afrikaanse geschiedenis van het land, de stad Bloemfontein als de evolutie van de mens en aarde. Onze promotor daar is ook heel nieuwsgierig naar onze Belgische gebruiken en wilt dolgraag zijn cultuur met ons delen. Het vermelden waard is dat we vandaag (na één week) een eerste keer de hand geschud hebben met een zwarte inwoner van Bloem. Dit lijkt misschien niets, maar 90% van de bevolking hier is zwart en toch komen we alleen maar in contact met blanken. We hebben kennis gemaakt met onze klasgroep. We hebben maar twee lessen per week, en die van ‘intercultural studies’ hebben we drie uur. De studenten moesten een presentatie doen over een streek in Afrika waar ze iets mee gemeen hadden. En vandaag was dat Basotho, dit ligt ergens ten noorden van Lesotho (het kleine landje binnen Zuid-Afrika dichtbij de Free State). Ze hadden ook dingen mee die ze daar klaarmaakten, zoals kippenlever en andere ingewanden (heb ik ook niet geproefd, er zijn grenzen aan nieuwe culturen leren kennen). Een ander merkwaardig iets was dat bij een huwelijk de vader van de bruidegom de bruid moet ‘testen’ op haar maagdelijkheid. Als dat allemaal achter de rug was, kreeg de familie van bruid toch 26 koeien, en daar waren ze heel blij mee. Gelukkig waren dit oude gebruiken en zijn er nog maar enkele stammen die deze gebruiken toepassen. Ook wij moeten aan de beurt komen en mogen kort vertellen over België en onze westerse cultuur. Het was wel een toffe (voornl. zwarte) bende. 13 februari

Mijn geduld werd beloond, eindelijk kan ik beginnen met mijn stageopdracht voor de CUT. ‘Ontwikkel ’n openbare skakelplan waarin Bloemfontein as ’n vakansiebestemming oor die 2010 sokkerwêreldbeker bemark word in Belgieë’ maw is het aan mij om de  mensen die in België van plan zijn om naar Zuid-Afrika te komen voor het WK voetbal in 2010, te laten zien dat Bloemfontein een perfecte stad is om het land en de Vrijstaat te leren kennen. Bloemfontein is zowat dé museumstad in Zuid-Afrika en speelt duidelijk de kaart van cultuur. In combinatie met een aantal voorrondewedstrijden in het prachtige Free State Stadium (50.000 toeschouwers) is dit inderdaad de moeite waard.

Vandaag hebben we ook een van de mooiste dingen in Bloem gezien. Het Oliewenhuis is een museum, omringt door prachtige tuinen. Binnenkort gaan we hier naar een paar concerten zien (van oa. Dana Winner die hier ongelooflijk populair is, goed voor ons dan hoeft ze onze tijd niet te verdoen ;-) . Veel plezier met valentijn iedereen (of toch sommigen) en tot de volgende keer  

braai stienbraaiBloemCecilia

Arrive Alive

februari 13, 2008

Ondertussen ben ik al wat wijzer wat betreft het deel van mijn stage in het nationale museum. Derek du Bruyn, alweer een overvriendelijke Zuid-Afrikaan, legde zijn project uit en liet ook al uitschijnen dat hij veel van ons verwacht. Zuid-Afrika, probeert zijn geschiedenis te verfijnen en geschiedkundigen willen te weten komen hoe sommige steden en dorpen ontstaan zijn. Ze gaan op zoek naar verhalen van oude inwoners die vertellen over hoe ze terecht gekomen zijn in hun huidige stad, hoe het er vroeger aan toe ging, wat de problemen zijn, hoe het leven er nu is enz. Wat wij nu moeten doen, is gaan praten met oude bewoners van de townships (de echt arme wijken hier) en het verhaal dat ze brengen gaat dan deel uitmaken van de ‘oral history’ van Zuid-Afrika. Al van dag één waarschuwen zo ons om niet naar townships te gaan omdat het echt gevaarlijke plaatsen zijn, zeker voor blanke mensen, maar Derek heeft ons onze veiligheid gewaarborgd, ook zal hij er altijd bij zijn. Een ander probleem dat alles misschien moeilijker zal maken, is de taal. De taal van de zwarten is hier in Bloemfontein Sotho en is echt een vreemde taal. De andere grote taal is Afrikaans, de taal dat de blanken spreken, maar ook een groot deel van de zwarten, maar zoals eerder gezegd, is deze moeilijk verstaanbaar als ze onder elkaar beginnen praten. Hopelijk kunnen ze Engels en zijn ze bereid mee te werken, dan moet dit wel een leuk project worden.Ondertussen hadden we afgesproken met de buren om er op uit te trekken in het weekend. Er zijn zoveel nationale parken hier in Zuid-Afrika, en in elke gids staat er geschreven welke dieren er waar zitten. Na wat zoeken zagen we dat er op 150km een park was waar er neushoorn, buffels, gnoes en springbokken leefden. Met een gehuurde wagen zijn we zaterdag om 5.45u. (!) vertrokken naar het Willem Pretorius National Park. Deze ‘wildtuin’ ligt rond een groot meer en je kan er met de auto rond rijden. Onze VW Polo was alles behalve de geschikte wagen voor deze halve safaritocht, maar hij heeft het toch overleefd. Zaterdag was het schitterend weer, alleen de jacht op wilde dieren bleef beperkt tot struisvogels, een reuzenschildpad, een paar rare vogels en in de verte wat springbokken.

 willem pretorius 2turtlemonkeygiraf2willem pretoriusgiraf

Een klein beetje teleurgesteld dropen we af naar onze chalet (voor zes personen 350 ZAR) waar we dan maar besloten om naar Welkom te rijden, daar zou een flamingomeer liggen. Na alweer een uur en half rijden kwamen we in een verlaten dorpje terecht waarvan we echt niet konden geloven dat dit (volgens de gids) de snelst groeiende stad was van de Free State (de provincie waar we ons bevinden). Ook had niemand ooit al gehoord van een flamingomeer en toen we een man aanspraken die daar toevallig zat te vissen, begon hij ons uit te horen over Europa. Hij wou weten hoe wij dachten over zijn land. Hij vertelde dat dit land naar de kloten (lees: knoppen) was en dat hij hoopte dat het WK toch nog naar Duitsland of Australië zou moeten gaan omdat Zuid-Afrika er niet klaar voor was en het zou lijken dat ze goed bezig waren. Ook zouden de voetbalsupporters die naar het WK komen AIDS verspreiden over heel de wereld omwille van de grote prostitutiebusiness. De Zuid-Afrikaanse Nostradamus, zo vertelde hij, had ook voorspeld dat na de zwarte regering er een korte oorlog zou komen in zijn land en dat daarna alles terug in zijn plooi zou vallen. Ik weet niet of hij een zonneslag had, of dat hij het serieus meende, maar overtuigd van zijn mening was hij wel. Tot zover dit irrelevante intermezzo, maar ik wou het toch even delen met jullie.Nog niet al teveel kunnen proeven van het Afrikaanse wildleven dus, maar we gaven niet op. Na een korte nachtrust, stonden we om 6.45u alweer paraat om als eerste in het park te duiken. Het is namelijk zo dat die dieren zich rap verstoppen als er een auto passeert. Daarom hadden we als eerste in het park meer kans om dieren te spotten. Toch leek het weer op een sisser uit te draaien, tot op het moment dat we een aap zagen. Hij schrok niet direct en we konden toch even een paar kiekjes nemen. Nog een kwartiertje later zagen we langs de kant van de weg een giraf en toen we wat dichter gingen nog een, en nog een. Een groep van twintig giraffen stond daar in een veld. Deze kans konden we niet laten liggen en we stapten voorzichtig uit om ze van dichterbij te bekijken en fotograferen. Ze keken ons met verdwaasde blikken aan maar lieten ons begaan. Tot je natuurlijk te dicht kwam. Ze verschoten en begonnen weg te lopen, op een trouwens heel grappige manier. Als laatste wapenfeit in het natuurpark gingen we naar het ‘look out point’ waar je echt een prachtig zicht hebt over het park. We genoten van de stilte en het uitzicht. Maar plots zagen we niet zo ver naar beneden in een boom een aap zitten. We hielden hem in het oog, en hoe meer we keken, hoe meer we er zagen. Zij hadden ons ook in de gaten en ze kwamen dichter en dichter. Je zag ze in de bomen klimmen en elkaars luizen eten, echt zoals je je ze voorstelt. Grappige beesten wel die bavianen, maar ze zien er met hun kwaaie blik, wel gevaarlijk uit. En zo hebben we toch onze dieren gezien die we normaal in een ander land niet zouden tegenkomen. Het was een heerlijke belevenis.Op de terugweg zagen we verkeersborden met de leuze ‘arrive alive, don’t fool yourself with your speed skills’. Je mag hier 120 rijden op de autostrade, maar de verleiding is er rap om te versnellen, omdat je amper andere auto’s ziet, laat staan politie of flitspalen. In de bebouwde kom mag je 60km/u. ’s Avonds waren we redelijk moe, en hadden we bijgevolg geen zin om te koken. Lekker naar de McDonald’s dus. Ik kon mijn lach niet bedwingen toen ik de rekening kreeg, omdat wij echt drie keer zoveel betalen thuis. Voor een groot Big Mac menu en een klein menu was het nog geen 5 euro. Ze kennen hier wel geen mayonaise, maar voor de rest is het allemaal hetzelfde. Lang leve de universele smaak van Mickey D’s! Wat niet gezegd kan worden over de Coca Cola, die is hier veel zoeter en echt niet zo goed als thuis. Ook de Stella (jawel, ze verkopen het hier) smaakt hier zeker niet zoals op de Oude Markt, maar is nog altijd duizend keer beter als het Castle Beer dat ze hier drinken (prijs voor een blikje Castle Beer: 1 ZAR).