Easter
april 9, 2008
Week 1
Het stond op voorhand al vast dat deze paasvakantie te kort ging zijn om een land te bezoeken dat veertig keer groter is dan België. Toch gingen we de uitdaging aan en met een goede voorbereiding en genoeg Zuid-Afrikaanse Rand in de portefeuille vertrokken we vrijdag 21 maart voor een achttiendaagse vakantie. Die voorbereidingen houden vooral in welke route er zal afgelegd worden, de slaapplaatsen vastleggen (deze twee weken zijn echt hoogseizoen) en de huurauto regelen. Ruw geschetst zal onze vakantie in twee delen verdeeld worden. In het eerste deel gaan we samen met onze Duitse vrienden (die zowat elke week in mijn verhalen voorkomen) op zoek naar het echt ‘buitelewe’. Hieronder valt elk dier dat iedereen ooit in de Lion King gezien heeft en alle mooie landschappen dat ‘Suid Afrika’ te bieden heeft. Het tweede deel zal met Kaapstad en de Garden Route iets meer stedelijk getint zijn.
Met zen achten vertrokken we voor een eerste dag lekker rijden naar Sabie. De backpackers (hier kan je gewoon een bed huren voor een nacht tussen de 70R en 100R) was in onze gids beschreven als een heel relaxte bedoeling met af en toe slapeloze nachten. Billy Bongo, de gastheer en tevens de naam van de BP, ontving ons met open armen en zoals de Coast to Coast (de gids met alle backpackers) het had omschreven bijna letterlijk met een paar verse pinten. Deze pinten waarnaar ik verwijs zijn ook geen vingerhoedjes, maar houden 750ml in. Het leuke aan backpackers is dat iedereen zijn eigen verhaal heeft, wat zij te zoeken hebben in Zuid-Afrika of waar in de wereld zij al geweest zijn. Dit kan soms tot leuke verhalen leiden en je de zin geven om direct heel de wereld te ontdekken. De Bongo in Billy Bongo staat voor de grote hoek met Djembe’s die regelmatig boven gehaald worden. Ik waagde mij samen met Stien op een paar deuntjes, maar we besloten wijselijk gewoon te luisteren naar de pro van het huis.
Na een redelijk goede nachtrust hadden we voor die dag meteen een druk schema. Pinacle was de eerste stop. Heel wat namen die ik gebruik zullen meer zeggen op foto, ik zal er meestal naar verwijzen als ‘mooi’, ‘ongelooflijk’ of ‘prachtig’ en dan moeten jullie maar gaan kijken naar de foto J. Maar dus Pinacle was buiten een mooi uitzicht met een paar ongelooflijke rotsen, een prachtige waterval waar we bovenop stonden. Mensen met hoogtevrees zullen toch grenzen moeten verleggen om dit landschap aan te doen. De toon was meteen gezet en de volgende stop was genaamd God’s Window, iets wat in mijn ogen ook niet kon tegenvallen. Deze plek was duidelijk meer toeristisch, dit kon je zien aan het marktje dat aan de ingang was opgesteld. Deze marktjes zouden de rode draad zijn in onze vakantie. Ik was blijkbaar heel speciaal in hun ogen want ik kreeg overal een ‘special price’ en ik was overal hun ‘first customor’. Jammer genoeg kon ik maar een paar mensen gelukkig stellen met enkele aankopen, waarvoor er eerst nog zwaar moest onderhandeld worden natuurlijk. Argumenten van mijnentwege als ‘ik ben maar een arme student’ waren achteraf gezien wat misplaatst, maar ze hielpen mij toch wat van de prijs te doen. God’s Window zelf was, en dit komt ervan als je zo verwend wordt door zo’n mooie dingen, niet meer dan een mooi uitzicht dus hielden we het hier wel vrij rap voor bekeken. Indrukwekkender waren de Potholes in Blyde River Canyon. Ik weet niet precies hoe de natuur hier zijn werk gedaan heeft, maar in alle geval waren deze natuurlijk waterputten neig om te zien van op de brug die erover gebouwd was. Blyde River Canyon is een van de grootste canyons in de wereld. Het hoogtepunt, letterlijk en figuurlijk, was het uitzicht op de ‘Drie Rondavels’. Dit zijn drie grote rotsen in een panorama waarvan mij mond openviel. Het dal was gekleurd met een prachtig blauw meer wat een heel mooi totaalbeeld gaf. Tot zover onze eerste voormiddag (!) vakantie. In de namiddag bezochten we nog de ‘Echo Caves’. Een beetje zoals de Grotten van Han, maar kleiner (voor zover ik mij nog iets herinner van die schooluitstap in het vierde leerjaar). Echo staat voor de manier waarop de Bushmen, de mensen die daar ooit woonden, communiceerden met elkaar. Als je op zo’n stalactiet (want ze hingen omlaag) sloeg met je hand maakte dat een geluid doorheen heel de grot. Onze ondergrondse tocht werd aangenaam gemaakt door onze kleurrijke gids, die op het einde van rit het leuk vond ons te laten zien dat ze sprinkhanen at als tussendoortje. Ik hield het bij een Leo’ke. ’s Avonds was het weer Billy Bongo Beer-time.
Zondag was het een ware watervallendag. Lone Creek Waterfall, Horseshoe Falls, Mac-Mac Waterfall en de Lisbon Falls waren allemaal de moeite waard. Het blijft telkens weer indrukwekkend als een grote hoeveelheid water van een hoge berg valt. Na de nodige foto’s reden we door de canyon naar het meer dat we de vorige dag van bovenuit gezien hadden. Ook dit kikkerperspectief was het nemen van 50 foto’s waard. De dam die aan het einde van het meer liet ook liters water naar beneden vallen, maar natuurlijk was het niet natuurlijk (kies maar hoe je het leest). Een laatste stop van de dag zou zijn aan de brouwerij van Amarula, deze typische Zuid-Afrikaanse likeur smaakt bijna exact naar Bailey’s, alleen wordt het van vruchten gemaakt en niet van whisky en cacao. Jammer hadden zij ook, net zoals Hem, besloten om zondag te kiezen als hun rustdag.
De avond begon al te vallen en we moesten nog ons dagelijks potje koken. Aan de vooravond van het binnengaan van het grote Kruger National Park was een stevige maaltijd wel op zijn plaats. Kruger staat bekend om zijn wildlife waar het grote doel is de ‘Big Five’ te zien. Deze groep dieren bestaat uit de olifant, de leeuw, de buffel, de neushoorn en het luipaard en staan tevens ook op de briefjes geld hier en op zowat tachtig percent van de souvenirs.
Kruger begon voor ons maandag heel vroeg. We hadden gehoord dat er maar vijfhonderd mensen per dag, buiten die dat al in het park verbleven, binnen mochten. Het park opende zijn deuren om 5.30u. dus dat wilde zeggen dat mijn bed maar beslapen kon blijven tot 4.45u. Het park is 350km lang en 60km breed en dit moesten we zien te doen in 4 dagen. Binnen het park zijn er zo’n 20 kampen waar je kan verblijven ’s nachts. De poort gaat dicht om 18.00u. en als je niet op tijd binnen bent krijg je een stevige boete. De eerste nacht verbleven we in ‘Olifants’ dus ging onze trip logischerwijs naar daar. Na de nodige administratie was het uiteindelijk om 6.30u. tijd om te beginnen aan onze zoektocht naar wilde dieren. Je hoopt natuurlijk meteen de grote ‘vissen’ aan de haak te slaan, maar meestal blijven de eerste uren bij Impala’s (een soort bok waarvan er 155.000 zijn over heel kruger) en een paar speciale vogels. Hier trek je dan een stevig aantal foto’s van, maar je weet dat je ze toch zal wissen omdat je er teveel van hebt.
We waren een uur in het park tot ik een duizendpoot zag op de weg. Nog nooit had ik zo’n grote duizendpoot gezien en dacht ‘deze laat ik niet aan mijn lens voorbij gaan, ik stap uit en neem de perfecte foto’. De rest van ons volgde mijn voorbeeld. Nog geen minuut later werden we opgeschrikt door de politie die voor ons stopte. Wij dachten dat het voor het speciale dier was, dat beschermd moest worden of iets, maar niets was minder waar. We werden bevolen terug in onze auto te gaan zitten en ieder van ons ging op de bon en kreeg een dikke vette boete van 500R omdat we waren uitgestapt. Geen enkele uitleg kon hen van gedachten doen veranderen. Normaal word je voor zoiets uit het park gegooid, maar omdat we in het park verbleven werd het ‘beperkt’ tot die geldboete. We konden er gelukkig wel om lachen (misschien een beetje groen). Het zou ons verblijf niet vergallen. Wordt ook nog vervolgd…
Kruger heeft heel wat verschillende vegetaties, en dat merk je naarmate je naar het zuiden rijdt. Ondertussen ging de tijd voorbij en bleven we een beetje op onze honger zitten. Gelukkige vermaakte de grote groep apen ons zodat we wakker bleven. Niet veel later werd ons wachten beloond. Een immense buffel kruiste ons pad en aan onze linkerkant stonden zijn vrienden rustig te grazen. Ik begreep meteen waarom hij opgenomen was in ‘the big five’. Dit zijn echt reusachtige beesten met redelijk imposante horens. Hiervan zouden we er de komende dagen nog genoeg zien. Wat leuk is aan zo’n safaritocht is als je andere auto’s stil ziet staan in de verte, je al weet dat iets leuks gaat komen. De vraag blijft enkel nog welk dier er gespot is. Zo zien we onze eerste hippo’s (nijlpaarden), olifanten, zebra’s, gnoes en giraffen redelijk ver waardor foto’s nemen een hele uitdaging is en vaak ook een teleurstelling als je het resultaat bekijkt. Het leukste moment van de dag was toen een olifant die rustig een wandeling maakte vlak voor onze auto besloot de straat over te steken. Zo immens groot en log dat zo’n dier is, ongelooflijk. Ons moeder zou al lang gezegd hebben ‘heft uw voeten is op jongen’, maar ik zou toch twijfelen omdat het mij ook wel een redelijk gevaarlijk dier lijkt. Ondertussen zijn er al twee van de vijf ‘grote’ gepasseerd, maar de drie anderen, waar ik het meest naar uitkeek, moesten nog komen.
Na een prachtige zonsopgang verlieten we Olifants Camp en reden we richting Satara. We waren nog geen 50m uit ons kamp en we hadden het al aan de stok met een groep olifanten. Als er kleintjes mee gemoeid zijn, moet je oppassen. We kwamen, naar hun zin, iets te dicht bij hun welp en de moeder (neem ik aan) draaide zich om, brieste en schudde met heel haar lichaam als teken van ‘nog dichter en ik wandel over uw klein auto’tje’. We reden langzaam achteruit en lieten hun oversteken. Nog nooit had ik zoveel schrik gehad van een dier, maar het gaf terwijl ook wel een kick om oog in oog te staan met een olifant. Ze liet als teken van dank nog zo’n 50kg stront en 2l pis achter, dat aroma’s verspreidden die ons nog wat extra wakker schudde.
Buiten de dagelijkse hordes zebra’s, giraffen, kudu’s (ook een soort bok) en buffels was het tijd voor nummer drie van de vijf. The king of the jungle, of tenminste hun vrouwen en kinderen lagen lekker te soezen onder een boom dichtbij Satara. Heerlijk om Simba en de vrouw van Mufasa van zo dichtbij te zien. Dat we nu al in Satara waren lag aan onze Duitse vriend die zo slim was geweest om twee slaapplaatsen op dezelfde dag te boeken. Gelukkig kregen we ons geld terug en konden we slapen in Skukuza, een kamp zo’n 50km verder. Onze Kruger-trip werd dus met een dag ingekort, met als gevolg dat de laatste dag de beslissende moest zijn. Zowel neushoorns als luipaarden moesten nog aangevinkt worden op mijn lijstje.
De laatste dag begon met een bezoek aan het gerecht. We waren tot de conclusie gekomen dat onze boete van de eerste dag toch niet zomaar betaald kon worden. Alles valt hier te regelen en dus gingen we maar een klapke doen met de procureur, een vriendelijke vrouw die ons verhaal duidelijk al meermaals gehoord had in het verleden. We waren zonder twijfel in fout, en er zijn al genoeg mensen opgegeten door leeuwen (zeggen ze toch) maar waarom het niet nog eens wagen op ‘maar wij zijn arme studenten’. En ja hoor, het pakte weer. Enkel de chauffeur kreeg een boete van 500R en de rest werd geannuleerd. Iedereen was content en we konden weer verder. De film van de leeuwenkoning werd terug opgezet. Dit keer lagen drie hyena’s langs de weg en iets verder zagen we Pumba, zonder twijfel een van de lelijkste dieren ter wereld. In de late namiddag kregen we als kers op de taart nog neushoorns te zien zodat we met vier van de vijf afscheid konden nemen van het Krugerpark. Een hele belevenis zo’n safari.
De vakantie gaat vooruit, en voor we het weten rijden we door Swaziland richting de oostkust van Zuid-Afrika. Deze kant staat bekend voor zijn mooie stranden en het zou zonde zijn om niet een dag lekker lang het zand tussen de tenen te voelen en de golven over je heen te laten komen. We verbleven in St-Lucia, in een heel groot appartement, met bijna evengrote kakkerlakken. Na toch weer wat op jacht te gaan naar dieren, in Hluwehluwe, een ander bekend park worden namelijk veel luipaarden gespot, zijn we wat gaan doen aan onze bleke huidskleur. De laatste van de big five liet zich ook hier niet opmerken maar da eerste couchke was wel een feit.
We rijden verder naar het zuiden, richting Durban. Waar we op dinsdag 1 april opstijgen naar Kaapstad, de place to be in ZA volgens heel wat inwoners hier. Hier nemen we ook afscheid van onze vrienden, zij bezoeken Cape Town later op het jaar met de familie. Enkel Stien en ik blijven over.
Week 2
De aankomst in Kaapstad was zoals onze allereerste dag Bloem. Iets te warm gekleed voor de 34 graden die de stad ons te bieden had. Geen wolkje aan de lucht en dit was dus de kans om de Tafelberg te beklimmen. Beklimmen is mijn eufemisme voor ‘de kabellift naar boven nemen’. Bovenop de berg kreeg je een prachtig uitzicht over de stad voorgeschoteld. Dit was zonder twijfel een van de hoogtepunten van de vakantie tot nu toe. Het is ook wel vreemd dat je twee maanden lang nog geen Belgen gezien hebt en eens je op de meest toeristische plaats van ZA komt, je plots aan de praat geraakt met een klein tiental mensen van ons kleine landje, maar gelijk hadden ze, dit was een mooie plek.
Iemand had ons een backpackers aangeraden midden in het centrum. Long Street is de meest levendige straat die er is, en dat hebben we de eerste nacht ook gemerkt. Overal is er live-muziek in de restaurants en clubs en iedereen feest hier tot in de vroege uurtjes. De tweede dag in Kaapstad hebben we meteen een dagtrip gepland voor de Peninsula-tour. Hiermee ga je naar Boulders Beach, een strand waar er Pinguins leven, heel vreemd bij deze temperaturen; Seal Island, zeehond is zo nog een dier dat ik kan aanstippen als ‘in het wild gezien’; Kaap de Goede Hoop en uiteindelijk Cape Point. De wandeling van de Kaap naar Cape Point duurde een klein uurtje en was ongelooflijk mooi. En na een heel zware dag en eigenlijk zoals bijna elke avond belandden we lekker in een restaurant. Stien en ik vormen een goed reisduo, alleen is er van koken die tweede week niet veel van gekomen, het is hier ook zo goedkoop en lekker.
Dag drie zou in teken staan van de Zuid-Afrikaanse wijn, al vielen onze plannen om ons te laten drijven op het lekkere druivensap al snel in het water doordat ze ons ’s ochtends vergeten op te pikken waren. Gelukkig konden we nog mee met de middagtour, die iets haastiger was (hier was het niet proeven maar wijn kappen) maar ook heel plezant.
De laatste dagen van onze reis zouden gebruikt worden om de Gardenroute te doen. Volgens vele een van de mooiste plekken van het land, maar deze korte paragraaf zal duidelijk maken dat dit overroepen is. Mooie stranden in toeristische dorpjes zijn niet de dingen waar ik zoek naar ben ik Zuid-Afrika. Het enige belangrijkste wapenfeit in de 700 km rijden (in 3 dagen weliswaar) was in Bloukrans. Daar ligt samen met de hoogste brug van Zuid-Afrika, de hoogste bungeejump van de wereld!. Een kans om van 216m hoog te springen kon ik niet laten liggen natuurlijk. Met de schrik in de benen vertrok ik naar wat ofwel de kick, ofwel het einde van mijn leven zou worden. 5, 4, 3, 2, 1 BUNGEE !! zelfs roepen ging niet meer, de adrenaline deden mijn ogen uitpuilen en het gevoel van ‘waar zijde mee bezig’ was meer dan overheersend. Ik overleefde het en zonder twijfel was het een heeeeerlijk gevoel!
Een redelijk lang verslag, maar nog niet de helft heb ik verteld. Over twee weken ben ik al terug in mijn thuisland, waar ik al mijn verhalen maar al te graag uit de doeken zal doen. Deze laatste twee weken zullen ook nog druk worden, met in het weekend alweer een uitstap, dit keer naar Lesotho, het kleine landje ingesloten door het grote ZA. Ik hoop dat bij jullie de zon af en toe zich aanmeld. Ik zie jullie gauw terug.
Foto’s op http://www.flickr.com/photos/tominza
Dat olifanten gevaarlijke beestjes zijn, daar kan ik van meespreken! Toen Leen en ik vorig jaar van de kantine naar ons tentje liepen in de pikkendonker, stond er plots zo’n geval op 2m van ons. Die was rustig aan’t eten van de blaadjes van de bomen. Maar ik kan u verzekeren dat ik nog nooit van zijn leven zo snel gelopen heb. Fuck zeg! Ge weet idd nooit dat er kleintjes bijzijn. Want ze mogen dan HUGE zijn, snel zijn ze ook! En toen moesten we nog de nacht in ons tentje in dat wildlifepark doorbrengen ook. Scary!
Maar ja, dan heeft een mens toch weer eens een ’straf verhaal’he
Geniet van Lesotho, dat is, net als Swaziland, een van die landen die tot mijn verbeelding spreekt, omdat ze zo’n eilandjes binnen SA vormen! Tot snel…Jo x
wauw